JGZ op het voortgezet onderwijs

JGZ onderzoekt alle kinderen op bijvoorbeeld leefstijl, lengte, gewicht en worden de vragen van de leerlingen behandeld. Per schooltype verschilt de methode. Hieronder lees je hoe het per leerrichting in zijn werk gaat. 

Hoe werkt het JGZ-onderzoek op het praktijkonderwijs?

Op het praktijkonderwijs onderzoekt een jeugdverpleegkundige alle leerlingen uit de 1e en 3e klas. Leerlingen krijgen een vragenlijst thuisgestuurd met het verzoek die weer op school in te leveren bij de mentor.

De jeugdverpleegkundige geeft op de eerste onderzoeksdag in de klas uitleg over het onderzoek. De leerlingen vullen in de klas dan een korte tweede vragenlijst in. Deze gaat over psychosociale gevoelens en leefstijl. De verpleegkundige ziet alle leerlingen en meet lengte en gewicht. Tijdens het onderzoek worden vragen besproken en adviezen gegeven. Daarnaast zijn er spreekuren om leerlingen uit andere jaargroepen te onderzoeken.

Hoe werkt het JGZ-onderzoek op het vmbo?

Alle leerlingen van vmbo krijgen in de 1e en 3e klas een screening. Bij het 1e klas en 3e klas onderzoek wordt klassikaal een filmpje getoond en vullen de leerlingen een digitale vragenlijst in, de Gezondheidscheck. Leerlingen kunnen hierin ook onderwerpen aangeven waarover zij meer willen weten. Alle leerlingen worden na het invullen van deze Gezondheidscheck gezien. In klas 1 door de doktersassistent of indien de antwoorden op de vragenlijst daar aanleiding voor geven direct door de verpleegkundige of arts. Bij iedereen wordt de lengte en het gewicht gemeten. In klas 3 worden alle leerlingen gezien door de verpleegkundige. Bij het onderzoek wordt de lengte en het gewicht gemeten en worden vragen van de leerling beantwoord. Bij dit onderzoek ligt de regie grotendeels bij de jongere zelf. Mentoren en ouders kunnen vragen of bijzonderheden aangeven. Deze worden meegenomen in het onderzoek. Dit kan op papier of digitaal worden doorgegeven aan de JGZ.

De bovenbouw leerlingen worden door verpleegkundigen onderzocht. De verpleegkundige kan tijdens het onderzoek met een extra uitleg, advies of verwijzing geven. De leerling hoeft daardoor vaak niet nog een keer terug te komen. De verpleegkundige kan op grond van de problematiek ook doorverwijzen naar de arts.

Zowel verpleegkundigen als artsen hebben naast deze standaard onderzoeken, ruimte om tijdens spreekuren leerlingen vanuit alle klassen een vervolgonderzoek of gesprek aan te bieden. Voor de VMBO-T klassen, die qua locatie geclusterd zijn met hogere typen onderwijs, geldt de hieronder beschreven werkwijze.

Hoe werkt het JGZ-onderzoek op het havo, vwo, atheneum en gymnasium?

VMBO-T, HAVO, VWO, Atheneum en Gymnasium leerlingen van klas 2 en klas 4 worden gescreend.

Bij het 2e en 4e klas onderzoek wordt klassikaal een filmpje getoond en vullen de leerlingen een digitale vragenlijst in, de Gezondheidscheck. Leerlingen kunnen hierin ook onderwerpen aangeven waarover zij meer willen weten. In klas 2 worden alle leerlingen vervolgens gezien door de doktersassistent of indien de antwoorden op de vragenlijst daar aanleiding voor geven direct door de verpleegkundige of arts. Bij iedereen wordt de lengte en het gewicht gemeten. In klas 4 worden de leerlingen alleen op indicatie opgeroepen: wanneer de uitkomst van hun Gezondheidscheck, hun eigen vragen en/of vragen van mentoren of ouders/verzorgers hier aanleiding toe geven. Andere leerlingen worden niet opgeroepen, maar krijgen via de Gezondheidscheck wel algemene gezondheidsinformatie aangeboden die zij zelf kunnen bekijken via websites. De regie van dit onderzoek ligt grotendeels bij de jongere zelf.

Mentoren en ouders kunnen vragen of bijzonderheden aangeven. Deze worden meegenomen in de screening. Mentoren en ouders kunnen vragen of bijzonderheden aangeven. Deze worden meegenomen in de screening. Dit kan op papier of digitaal worden doorgegeven aan de JGZ (GGD@vggm.nl).

Zowel verpleegkundigen als artsen hebben naast deze screeningen, ruimte om tijdens spreekuren leerlingen vanuit alle klassen een vervolgonderzoek of gesprek aan te bieden.

Voor de VMBO-T klassen, die qua locatie geclusterd zijn met lagere typen onderwijs, geldt de VMBO werkwijze, zie hierboven.

Op alle voortgezet onderwijsscholen worden spreekuren gehouden door de jeugdarts en jeugdverpleegkundige. Afhankelijk van de grootte van de school, verschilt de frequentie. Tijdens de spreekuren is ruimte voor vervolgonderzoeken en om leerlingen te zien die worden aangemeld door ouders, zorgcoördinatoren, mentoren of vanuit het Zorg- en Adviesteam. Leerlingen kunnen ook zelf een afspraak maken en een aantal scholen heeft een inloopspreekuur. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige koppelt na het spreekuur relevante informatie terug aan de zorgcoördinator, als de leerling hier toestemming voor geeft. Om een leerling aan te melden, kunt u het aanmeldformulier gebruiken en dit via onze beveiligde website versturen.

Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren is het belangrijk dat:

  • De mentor de signalen van leerlingen voor de eerste onderzoeksdag inlevert bij de JGZ (bijv. via het postvakje of e-mail).
  • Op de eerste onderzoeksdag de betreffende klas bij elkaar in één ruimte zit, zodat de doktersassistente of jeugdverpleegkundige zich kan voorstellen en de vragenlijst kan afnemen. Hiervoor is ongeveer 30 minuten nodig. De check wordt klassikaal afgenomen in aanwezigheid van de doktersassistente of jeugdverpleegkundige en een leraar of mentor van de klas. Het is belangrijk dat dit plaats vindt in een lokaal met een goede internetverbinding en met de mogelijkheid klassikaal een film te tonen via beamer/digibord. De dag en het lesuur waarin de afname plaatsvindt wordt afgestemd met school. De gesprekken met leerlingen vinden veelal plaats op een andere dag.
  • De school een geschikte ruimte beschikbaar heeft op de onderzoeksdag(en), die is af te sluiten, geen inkijk heeft van buiten en minimaal 5 meter lang of breed is. Er is een tafel en stoelen, een stopcontact en een goede internetverbinding.. is en er is een tafel en stoelen, een stopcontact  en een goede internetverbinding.

Contact met JGZ

Leerkrachten zijn in de dagelijkse omgang met leerlingen gescherpt in het oppikken van signalen. Om te overleggen kunt u het best met de eigen jeugdarts of jeugdverpleegkundige contact opnemen.